Ander kleinvee2017-11-13T09:44:51+00:00

ANDER KLEINVEE

 

Naast het Brakelhoen legt Braekelclub Nederbraekel zich toe op het kweken en bevorderen van ander kleinvee.

We beperken ons tot 7 categoriën :

Grote hoenders

 

Er wordt aangenomen dat alleen het Bankiva- of Rode boshoen de stamvader is van alle gekweekte hoenders. Van de ongeveer 150 bekende hoenderrassen zijn de meeste pas gedurende de laatste 100 jaar ontstaan.

Men onderscheidt 3 grote hoofdgroepen:

  • De grote hoenderrassen.
  • De hoenderrassen met speciale kenmerken.
  • De kriel- of dwerghoenderrassen

Elk van deze hoofdgroepen kan, in functie van de lichaamsbouw, nog onderverdeeld worden in 4 types:

  • Het landhoentype, ook Bankivatype genoemd.
  • Het Aziatisch type of Cochintype.
  • Het vechthoentype of Maleiertype.
  • De tussenvormen tussen Aziatisch en vechthoentype.

Krielen

Bij de krielhoenders kennen we:

  • De oorspronkelijke dwergen, waarvan geen overeenkomend groot ras bestaat.
  • De verdwergde grote rassen.

Deze grote verscheidenheid is er gekomen als gevolg van mutaties en doelbewuste onderlinge kruisingen.

Konijnen

De erkende konijnenrassen,een 65-tal in totaal, kunnen onderverdeeld worden volgens de grootte van de volwassen dieren. Men onderscheidt aldus:

  • De reuze- en grote rassen: 5 kg en meer
  • De middenrassen: 3 tot 5 kg
  • De kleine rassen: 1,750 tot 3 kg
  • De dwergrassen: minder dan 1,750 kg

Een ander indeling in groepen houdt rekening met de haarstructuur en onderscheidt:

  • de normaalhaarrassen
  • de rassen met bijzondere haarstructuur
    • Langhaar – of Angorakonijnen
    • Korthaar- of Rexkonijnen
    • Satijnhaarkonijnen
    • Voskonijnen

De meest recente groepsindeling is ontwikkeld om het keuringssysteem met punten overzichtelijker te maken. Hierbij worden alle raskonijnen in een van de 7 beschreven klassen ingedeeld. Deze zijn:

Groep :

  • Kleur
  • Tekening
  • Verzilvering- pareling
  • Kleurpatroon
  • Wit
  • Hangoren
  • Bijzondere haarstructuur

Cavias

Cavias zijn van oorsprong Zuid-Amerikaans, waar ze in Chili en Peru in het Andesgebergte tot op een hoogte van 4000 m aangetroffen worden.
Volgens de standaard, vooral gebaseerd op de haarstructuur, onderscheidt men 6 rassen:

  • Gladhaarcavias; nog onderverdeeld in
    • agouti
    • brindle
    • eenkleurig
    • wit
    • tekening
  • Gekruind (Crested)
    • engels gekruind
    • amerikaans gekruind
  • Borstelhaar (Abessiniër)
  • Langhaar
    • Angora (Peruvianer)
    • Shelty
  • Teddy (Rex)
  • Satijn

Het tentoonstellingsreglement schrijft sedert een paar jaar voor dat cavias, aangeboden voor een keuring, drager moeten zijn van een genummerd oorplaatje of clip.

Sierduiven

De wilde rotsduif is de stamvader van alle sierduivenrassen.

In de loop der eeuwen en dikwijls zonder enige notie van de erfelijkheidswetten, ontstonden, door doelbewuste teeltkeuze (massaselectie), soms uit toevallige kruisingsproducten, de eerste rassen Dit waren dieren die enkele uiterlijke kenmerken gemeenschappelijk hadden en om die reden uitgekozen werden om een nieuwe generatie voort te brengen.

Door de ontdekking van de erfelijkheidswetten en de toepassing hiervan in de veeteelt, kon het fokken van nieuwe rassen met meer kennis van zaken doorgevoerd worden. De invoer van “kant en klare” buitenlandse duivenrassen vulde het eigen patrimonium aan met als gevolg dat op heden ruim 250 duivenrassen erkend en beschreven zijn.

Deze 250 rassen kunnen in 10 groepeningedeeld worden:

  • Kroppers
  • Meeuwenrassen
  • Structuurduiven
  • Trommelduiven
  • Tuimelaars
  • Hoogvliegers
  • Kleurduiven
  • Kipduiven
  • Vormduiven
  • Wratduiven

De namen van deze groepen geven reeds een aanduiding over het speciale aspect van deze dieren; meer inlichtingen hierover kunnen langs het secretariaat bekomen worden.

Parkvogels

Onder de algemene term “parkvogels” zijn verschillende soorten tentoonstellingsvogels ondergebracht:

Kalkoenen : kalkoenen zijn vogels van Noord- en Centraal-Amerika. De Azteken, de Mexica, zoals ze zichzelf noemden, hadden de wilde bronskalkoen al lang gedomesticeerd als Colombus in 1492 Amerika ontdekte. De eerste kalkoenen zouden pas rond 1520 Spanje bereiken. In onze streken heeft de kalkoen een rijke geschiedenis achter de rug. Het is overigens uitzonderlijk dat een klein land als het onze twee oorspronkelijke kalkoenrassen telt; de Ronquières en de Ardenner.

Fazanten: Fazanten behoren tot een familie die enkele van de mooiste vogels ter wereld omvat. Het zal veel mensen verbazen als ze horen dat er wel 48 verschillende soorten fazanten bestaan. Bijna allemaal zijn ze afkomstig van Azië. Ze kunnen verdeeld worden in de hoogland soorten, die voornamelijk voorkomen in de Himalaya of de hooggebergten van Japan en Formosa, en de laagland soorten die hoofdzakelijk uit Maleisië en de Philippijnen. afkomstig zijn. De fazantensoorten uit het hoogland zijn goed bestand tegen sneeuw en vorst, maar de laagland soorten hebben in bepaalde gevallen wel enige verwarming en beschutting nodig, om ze in staat te stellen de winters met temperaturen beneden het vriespunt door te komen.

De fazantenfamilie is nauw verwant met de uitgebreide groep van de hoenders.

Andere pluimveesoorten, ondergebracht bij de groep parkvogels zijn:

  • de parelhoenders,
  • de pauwen,
  • de kwartels,
  • de patrijzen enz.
  • ook de wilde duivensoorten rekent men tot de groep van de parkvogels

Watervogels

Hiertoe behoren de eenden, de ganzen, de zwanen, die samen de familie Anatidae of eendachtigen vormen.

Eenden: zijn vogels die men overal ter wereld kan aantreffen en die vrijwel iedereen kent. Men treft ze aan bij de vijvers in het park, bij meren en langs rivieren, kanalen en sloten. Ook kan men hun veelkleurige soortenpracht bewonderen in dierentuinen en vogelparken. De vakmensen maken een onderscheid tussen siereenden en gebruikseenden. Siereenden worden, zoals de naam al zegt, gehouden voor hun sierlijke uitzicht, terwijl de gebruikseenden de eigenaar voorzien van hun vlees, eieren en veren.

Ganzen: Bij de ganzen vormen de afstammelingen van de grauwe gans, de grote groep van gedomesticeerde ganzen. Hiertoe behoren o. a. de vlaamse gans, de aristocratische knobbelgans, de indrukwekkende Toulousegans

Als type voor het 2e geslacht ganzen kennen we de Canadagans (Branta). Alhoewel in gevangenschap gekweekt, blijven het wilde vogels. In tegenstelling tot de afstammelingen van de grauwe gans, zijn zwart bevederde lichaamsdelen typisch voor dit geslacht

Zwanen: Deze broeden in het hoge Noorden en migreren naar warmere gebieden gedurende de wintermaanden. De zwanen die sommige kanalen en vijvers bevolken zijn slechts gedeeltelijk gedomesticeerd. Zonder speciale voorzorgen (leewieken), verwilderen ze opnieuw. Zwanen leven in vaste koppels, waarbij beide partners de zorg over de nakomelingen in gelijke mate op zich nemen. In het broedseizoen zijn ze agressief.

Belangrijk. Het is belangrijk te weten dat het houden van in gevangenschap gekweekte wilde soorten, zowel bij de park- als bij de watervogels, aan een strenge reglementering is onderworpen. Op het secretariaat zijn hierover meer inlichtingen te bekomen.